
J
i
Uit de
- Lieder avonden
voor het volk
- •
*
;
Uitgegeven door het
Algemeen Nederlandsch Verbond
Meilied.
Qedfc&t Piet
Van Assche.
„
t
Muziek
ven
Lodewijk
D* Vocht
Uo«
tiutif spnmkctt >0aaM00d
[m
't woud
t (.2 VMl)
Wit
woeh w groen uit «rood en
b°
ttt
. "
(in 't woud
I (2
nul)
Het
geurt zoo zoet in loombaag.
,
Wwr
kUakt en
o»eltV06glM«ngi
Tfenkstahctackooafttii?
[der Mew. Ct
Boe
heerNJk
fleurt
de groene
«prey,
1
[ter
wei!
t2
nul)
DeernuKhtde
b«ek eo
aastde
bij»
[ter wei 'j(2 bimI)
Daar «rwt
er vee
(otia't TtrecWet
Eo
sc&t
de
leeuwtrik^n'5
Mei», (2
naai)
i»
Scout
de
leeuwen* nj0
ucw»
:7Vua
ta
het se*** f*^
D.M zingt*"*®»
0
„
e
,
(2
J>« brakke
ttó ,
M
. „
[ter cee l
(2 BMl)
De
IIMM
solf rolt over
't zand
En
* te«a jaicht
alom een
t «raad,
Tb«» »
het schoon
getij»
'
fder Mde,-(2
maI)
Sckoon
Uet, AMT
trecdhet
hrnd
ou in,
[de
mia! (2muJ)
Scbooo lief,
eo
jeftgtdoor bert eo
tin,
[demifl'!(2
me«J)
Do
lente woelt
door ome
borst,
WE
wallen rijker d«»
eeo vortt,
!
Tbt»
10 bet schoon
getije
[der
Uete. (2 ma*})
24e Jaar
* DIT IS HET
tf MERK VAN
T OETROUWE
MALDEGHEM,
DAI WEKELIJKS
10 000 LEPELKES
KUNST AAN KEI-
VOLK UITDEELT
ZIJNDE EIETOGK
ALS EEN AMEI.A
KEN ZOO GROOT
O
.VIDE V
ELE AAJS
KONDIGINGEN «
4 KRANK TE J ARE.
METDEPOST 4,80
VOOR DE DUIM-
PJES LED EN 2.eo,
NEDERJLAND/2,5C
AMERIKA
1
DOL-
LAR EN
30
CENTS
FRANKRIJK 6,50.
'T WORDT AAS 'T I
VOLK VERKOCHT
1
VOOR 5 CZKTDLES
i
VRAAGT PROEF- !
BLADEN.««««• '
SCHRIJFT IN BIJ
DEN UITGEVER
ViCTOR DELLLLA
TE
S4 ALDKGHKjii.
Nr 18
119. ,246 |
Zondag
30
H. Catharina, H. Erkon-
wald.
120 245
Maandag
i
Het geld heeft geenen
•teert, |
Koud bier maakt «arm *
bloed. j
Hij spuwt&lseen reiger.
Hij is schalk als
:
eeo
vos
Biermaand i April
H. Philippns, H Jaco-
bus, H, Ftorina, H. Sigis-
mond.
-
Philippus,
die de paarden te-
mint,
vtui het grieksch,
philos
iffOf.
Haver op de mage krii-
gen.
Htj is naar putthem.
Vrouwenmaand
]
Mei
121 244
Dinsdag
2
H. Atbanasius, H. Ra*
cbilda. H. Zoè
Zoe, teven,
ven bet grieksch
dfoi.
Hij zal er een oom van
"J
dood hebben.
Varen is zoete, 't en
schokt niet.
Hij drinkt lijk een snoek
Winnemaand I Mei
H. Alexander, H. Bven-
tius, H. Ju»ena)is.
Alexander,
iHeschermettdt
krijgsman,
Taa^let grieksch
alexS, anèr.
r;
Donderdag
4
Men zal hét pem tn zijn
haver mengelt
't Zal beteren als ik on-
der de groene Bargie ben.
Blommemnaond
|
Mei
«xa*>
H. Monik, H. Godehar-
dns.
't Zal uitkomen al moes-
ten bet de kraaien uit-
brengen.
't Is een slangevel.
Potstaken worden boo-
men.
Man en wijf zijn twee
zielen in een lijf.
O. L. V. maand i Mei
Vrijdag
5
Eerste kwartier
13
u. 14
H Pias, H. Veneranda,
H Waldrada.
Hij schettert lijk eene
ekster.
't Is al boter aan de
galge.
't Lot valt altijd op Ju-
das,
Bloeimaand
|
Mei
1» 240
Zaterdag
6
H Jan in de olie, H. Va-
lentie, H. Petronox, H.
Prudentia.
Hij staat waar den be-
zem staat.
't Lot spaart niemand.
't Zal ten oordeele geld
doen.
Hij is lijk een aap.
DIT IS HET
S
MERK VAN
E DUIMPJES-
UITGAVE, EEN
OOEDKOOPE
UITGAVE VAN
DURE BOEKEN
ZESSE
'S
JAARS
VOOR 3,60 FR.
VOOR NEDER-
LAND 2 OLD.
MEN KAN ALLE
DAGEN VAN
HET JAAR IN-
SCHRIJVEN. #
Knapemaand
|
Mei i
VOOR AAN-
KON ÜIÜINUEN IN
'T GETROUWE
ZIBTAJUKF 3E&4«8LZ
U>OR DEZE BUI-
TEN VLANDEREN
3C HOLLAND TOT
AGENCE HAVAS
TE BRUSSEL
M.ARTELA.VRSPLAATS 8
PABUS, PLACE
»K
LA BOURSS,
8
TE LONDEN
CAIUIIDÏ, 113
VlaanderUnd.
Gedicht van Th. Van Rijswijck.
Muziek van R. Hol.
Voor Vlaandrens gouden kusten,
Klinke aller lofgeschal;
Daar waar ons vaadren rusten
en 't nakroost wonen zal:
Waar
moeder- ooft
eens baarde
Bn opleidde san beur hand;
O Vlaanderland i
Hier rooken geen vulkanen,
Uit bergen hoog van kruin ;
Slechts heffen de eiken lanen
Zich boven veld en tuin.
Dat geeft er vaster waarde
Dan kolk en klippig strand ;
O schoonste land der aarde,
O Vlaanderland!
Beroemd voor duizend jaren
De heele wereld rond,
Om uwe vrome scharen
En vruchtbren akkergrond :
Geen nabuur evenaarde
In kunstmin en verstand,
Het roemrijkst land der aarde,
Oas Vlaanderland!
Geen vijand overheerde
Hier ooit het voorgeslacht;
Der oudren koenheid weerde
Steeds list en overmacht,
En 't kroost nooit ontaarde,
Gedenkt der vaderen trant.
O dierbaarst ons op aarde,
O Vlaanderland !
CM I " 1 i 2 t 3 I 4,{ 51 61" 7| 8| 9j 10 j 11 T 12 l! 13
1
14
|
IS
S
16
|
17 I 18 i 19
|
20
|
21
[
22 I 23 j 24 26
|
27 28
|
29
|
30 31
|
„32 f" 33 f 34
1
35
1
36
1
37 I 38 39
|
40 j, 41 j 42 f 43 |" 44
[
45 T" 46 )" 47 ]~48
\"
49
50
' oèntkw»*»» vwf^^.'atMff;-
, , . '
:
«0W(huilÉiWui.i 50'OfcstiaMtaft?~dns halve'mètéfrAllé'd^êtf'ljebben de menschen iets bij den centimeter te meten : de boeren bebbeo Jat noodig als ze hunne koeibeestea moetea overgeven bij den ontvanger : ze noeten zeggen hoeveel
saalcea,Zi>0<fcr
.e^a
meter kan geea enkel ambachtsmap voort: metser,
timmenoa&.-smid.
schoen- ofte
kleermaker, 't Gebeort dik wij U dat ze hem niet bi; der band bebbeji. 's Zondags b. v. zonder schor, maar nu met 't Getrouwe weten ' '
-'*•"• "-1 • - ;
ze altijd waar naartoe.
KRONIJK.
Heden Zaterdag komen koning
en koningin terug van hunne reis
naar Egypte er. zoo 't schijnt heeft
de reis Haar goed gedaan.
Wat moeten
ze
van ver dat ge-
kibbel hier io 't land belachelijk
vinden.
Zoó is minister Scholia^rt, ver-
leden zaterdag te Antwerpen uit-
gefloten, ja heel den weg naar de
statie begeleid geweest van fluitjes
en schuifetding^kes. hij, komende
van een feest waarmede hij eere
gedaan had aan ariisten van alle
gezindheid
Uitgefloten door liberalen en
socialisten, hij die me' zijne school
wet bad willen alle gezindheden
tevredLen stellen.
Wie iedereen wil voldoen, vol»
doet niemnnd.
'k Heb het nog gezegd : M
Schollièrts bedoelingen .zijn voor-
zeker goed in de groote steden
zouden.ze veel wat krom i? recht
maken. Daarom zijn aldaar de
machthebbers e'tegen.
Op 4«n buiten w»»rden integen-
deel de wereldlijke onderwijzers
in 'hun eigen bestaan bedreigd,
daar vooral waar de kloosterorden
het onderwijs in handen- hebben.
•
» •
M. Maktt^eetrtatboKek -vofk»-
vertegenwoordiger van Natnen
schri]tt in zijn blad dat het best
ware de kamers te ontbinden.
Waar zijn zijne gedachten !
Meerderheid bitsen ware nog
geene eer, maar minderheid wor-
den ware een groote schande voor
de katholieken.
En dat gevaar er toch altijd :
men wage dus niet wat men heeft
Dat minister Schollaert luistere
naar den raad van goede vrienden
en vooral voldoening geve aan de
nederige dorpsonderwijzers.
*
• *
• En dat men eerst de Vlaamsche
Hoogcschool stemme ! Eerst dan
mogen de katholieken met vast
betrouwen naar de stembus gaan !
had dat het feest meteen zou gel-
den ais eené. betooging tegen M
Schol laert en. de nieuwe
1
school wet
tewege.
J
. %
Heden Zaterdag gaat minister
Hubert de tentoonstelling van
Ghnrleroi openen.
„ •
J. L. Jacobi .
Waaróm eene Vlaamsche Hoo-
geschool ?
Omdar onze maatschappij be-
hoefte heefi.aan karakter en wil-
sterkte
Het is de weekheid, de ver-
i ' *
Waar rollen bittere tranen langs Ons onderwijs worde dus her- kjortewagenwiel. Doorke stond boven'een vuil dik, kinderpap-wezen dat — « Maar, ne neen,»gebood bodde pooten van den (oren in 't midden
dëgerimpelde wangen der ouders, vormd ; één in-wezen en werkine °P
de
tasse»
met
w»J'd uitgestrekte met eene vette, omgeplootde dubbele «toe weert huider maar, boe eer ze krijgt, gelijk te Westcappelle gebeur-
tranen, geschreid over 1 wange- evenais ons wezen één is in zijn K i?.
1
?^:
!
Sï ïiï®"^ "rSf^ lll^JTj^. J
er
""
k
"
a
I: ^ aUijd is. geweest te
geschreid
drag hunner kinderen ?
Het gebrek aan karakter en wil
sterkte is eene der voornaamste
{s
t
a
|i
en w
ji
oorzaken.
Vanwaar dat steeds aangroeien
der zwakheid van karakter en
wil ?
Ons verkeerd onderwijsstelsel
draagt er de meeste schuld van
•Geleerdheid alleen is riet vol-
doende. Vorming van het karakter
karaktersterkte is broodnoodig. Er
zijn veie gekerden die nietsgewor-
wi.fdhekt, de karakterloosheid die
den zi
;
n
'
0md
at zij gebrek *adden
de voll en ten val brengt.
;flan en karakrer
, doch er zijn
Karak er en wtlsierkte leiden
veel meer
ongeleerden of wei-
tot eervaart en bloei
:
nig geleerden die door taaien wil
Griekeland viel ; t Romeinscbe
en
volharding, dus door karakter
, - , .. '
.
«CHij zal er afspringen, moeten afsprin- lag 't Lag daar dom en dwaas, roer-
auizenavouaige samenstelling {^n » lachte de guit in zijn eigen. De loos, zonder pinken, te droomen in de
De Hoogeschool van Gent, heel kpopman reed ernstig voort en de jon blikkende zonne.
vervlaamscht.moet ons weer man- gens zonder iets te zeggen lieten hem' 't Hoorde niet wat die gasten zei
nen leveren met Sterk karakter en dpor maar van als ze zijn achterwiel den en 't wist niet dat of waarom
zagen: « Van Houwaert, Van Hon- Mielken zijn broeder was; Zoo ver-
vtfaert, Verbist! riepen ze te gelijk: veelde 't zich zonder te kunnen klap
«jEi, baasken av wiel draait. Ei
1
Van pen heele dagen in dien zelfden kin
Houwaert
I
hij kan niet meer!» spotten derwagen. Al meê eens, zonder te
d^ gasten den man achterna.
I
weten waarom of waarvoor begint het
; Lieten's hondje, dat bij al dat ge-juij daar te scbreemen, te laweiten
rncht opgesprongen was, knapte en
!
genoeg om heel de straat uit te komen
In 't eerste gaven de gasten er geen
acht op en Miel boorde 't niet, hij was
't schreeuwen gewend Lons Blee
kers. die toch niet veel
•
meésprak
Ik kom hierop later terug.
Kleine Schurken.
i,
baste geweldig t' enden adem bijna,
en krabde en scharte vervelend op het
Meê bun vijven lagen ze daar, zon-1 hofpoortje. Meê al zijn geweld en
der vest in hun vuil vettig bemd4, dat &oe naar de gasten hadde het heel
opplooide van onder de twee uitgèrok-
\
jSfi.^L"
8
'VlÜ^SJZXÏJL ^
ken banden, die kruislings op den rug
atTcra
rijk verdween, door de weekheid
en verwijfdheid. Frankrijk boert
achteruit om de zelfde reden.
Men zegt. België staat aan de
spitse door zijne nijverheid en
handel. Men7egt in Belgieheerscht
het. zeer ver brachten
Ons verfranscht onderwijs nu
is veel te veel een onderwijs, van
vorm, van volpomperij; van na-
Sper ij.-
De grond, de ziel, het karakter
welvaart alsirr btjna geen ander
bUjve
S
te
veel buiten de werking
land der wereld |
der schooJ< De
schijnschoone
Gave God dat dit zoo wa^e voor;
vruchtcn van
zulk.onderwiislijken
alle bewoners van Belgte. |
te vee| op die
rozen, die een ijzer-
ten spreekwoord zegt : t zijn
•
draad^lot stengel hebben. Ge kunt
sterke schouders die de wereld „„„ ^ ;
n
kunnen dragen.
En eilaas, hoeveel mannen zien
wij niet rondom ons, die onder
de weelde bezwijken.
't Ztjn de miskende VJamjngen
n iét'die Bez wijie n oh der cie 'weel-
de. Zoo zij buigen, 't is onder de
armoede, de verdrukking, het sla-
venwerk ; 't is onder honger, hon-
ze nog niet inet fatsoen tn een
vaas met waterzeilen, om ze twee
dager» te bewaren. Vingt cinq cen-
times le bouquét ! 't Is niet duur,
en nog zijt ge.gefopt
Voluntas sequitur intellectum.
d. i de wil volgt het verstand
Dat verstand nu moet verlicht
ger naar beter brood voor 't lijf wordtin ! Het moet ons duidelijk
en beter brood voor den geest. toonen wat we zijn, wij zelf; wit
En die Vlamingen die tot wel-!
ons
ontbreekt, onszelf Het echte
stand kwamen en daarbij hun
staa
j van ons eigen wezen moet
zelfcijn verloren, die verbasterd, blinken boven het klatergoud en
werden tot halfslachtige wezens vreemd gedoe.
En wat hebben we nu zien ge-
beuren in den Gentschen gemeen-
teraad ?
Op ï Mei zal de roode vlag ui -
gestoken worden op het stadhuis,
Roeland zal luiden en de scholen
krijgen verlof !
Dat is zoo gestemd doordat de
liberalen zich onthielden !
Dus, rechtzinnig door hunne
schuld is te Gent het feest der soci-
alisten officieele feestdag gewor-
den.
Te Brussel hebben ze meer ver-
stand gehad ; daar is de wensch
der socialisten met 18 stemmen
tegen
ook zij zullen bezwijken m groo-
ten getalle.
w
* •
Waar woekert de onzedelijk-
heid in al hare naaktheid ?
Waar huldigt men het stelsel
van twee, één of geen kinderen ?
Waar huist de verkwisting die
steeds geld vraagt en dat geld zoekt
door alle middelen ?
Waar vindt gij die oppervlak-
kigheid ?
Waa» is geleerdheid, wel levend-
heid, eerlijkheid, deftigheid, fat
soen — waar is dit alles maar
uiterlijke schijn ?
Waar zijn de witgekalkte gra-
ven waarin de verrottine huist 1
Waar spot men met de eerbaar-
heid onzer deftige Vlaamsche
vrouwen en meisjes ?
Waar spot men met de idealen ?
Idealen van kunst, idealen van de
toekomst ?
Waar haalt men de schouders
op voor de menschen die en aan'pruik nooit groeiend
hunne kinderen leeren : eert
der en moeder : gij zult niet
Het goede dat er kiemt of slui-
mert in ons moet gewekt,gekweekt
geste* kt worden. De slechte eigèn-
schappen verbeterd, geleid, en zoo
het vurige paarden ziju.men wrin-
ge her gebit tusschen de tanden,
gorde er de teugels aan vast en
legt die in de handen van den
meester : de wil Deze zal ze lei-
den op den weg waar de lantaarn
licht werpt : het verstand.
Men werpt tevergeefs op dat een
verlranscht onderwijs zulks ook
vermag
Ten eerste : 8o jaar oudervin-
ding bewijzen het tegendeel.
Ten tweede : opvoeding is toch
vorming, afronding van ons eigen
en niet beschildering, aanplak-
king.
Ten derde : kunstbloemen geu-
ren niet, ai rieken ze soms naar
reukwater of eau de Cologne.
En-verder: een sprekend pape
gaai is nooit een mensch; een
gé-
op 't warme zand rond den dorpslan-
teern, op 't heetste van den dag të
spiegelen in de laaiende noenezonne,
Lons Bleekers, tjef Dokers, Wiesken
Vramme, Doorke'Verheg'ge en Van de
Velde's en Fons Ze kenden heel de
gemeente en alleman kende 't ben de
ten uit : het Pastoorsstraaije. In hun
warrelende spelende gedachten spra
kén ze van visschen en vogels,van rust
en werk.
— « De derschtnaksieme is toe
-Van
Heekens, dat is iets, jongens
!
— «Ja, 'khebbeze hooien fluiten,
jnist een trein »
— « AU ei, jongen wie heeft ze doen
fluiten, de maksimist
is
daar nog niet,
dat er iemand moest aankomen hi;
ware dood. Ze heb
u
en steenen moeten
voor de wielen steken of ze sou voort-
rijden, ze is veel meerder dan een
Drein zulle » D'andere waren jaloersch
van Lons Bleekers, hij had al eene
derschmachiene gezien « We znllen ze
van,
d2 Bleekers. «Willen we een keer
gaan kijken ».
— «Ja, gauw,» en ze sprongen
recht; Lons ging ginder 't haantje van
't kot moeten spelen en z'en mochten
op d^n hof niet komen van Van Heeke:
hij wist het van te morgend al. « We
zijn mêe veel te velen, we zullen wij
op den hof tiet mogen, Van Heeke
heeft het aan mijn vader gezeid ; mijn
vader moet helpen znlle ; 'k zal mis-
schien ook CDoeten gaan helpen als de
machiene werkt».
— « Ei, wat zoudt gij gaan helpen,
wat zouden ze meê u doen » schoot
Doorke Verhegge in een spot uit
— « We wonen toch tegender Van
Heekens dan g'hulder, hé, » beweerde
Bleekers.
— « Wat is dat een derschmachiene»
lachte Vramme schokschouderend.
— « G'en hebt toch nog geene ge-
zien, Lé! »
« Mijn vader heeft driemaand aan
eene derschmachiene gewerkt» fierde
Lons
— « Wat zou hij !» lachende Doorke
«kwestie heeft hij al eene hooren
schuifelen
w
— «Neen. zeker, gij weet bet, als
hij naar 't Fransche gaat dan ? 't zijn
ginder veel grootere dan hier », bofte
Bleekers.
— «Toe, zeeveraar, ge wilt het
altoos best weten », en Doorke maakte
zich kwaad.
« Toe-toe toet! »
— « Ei, velos! uw mutse ! hier
J
» en
alle vijf zooveel ze springen konden
scberrelden langs weerkanten
de broek opspanden, balrvoets boven eèrst de pootjes bemerkt Oh. dat was
* * ' oitrnirv >i/\/\r/lAM /4A h/vnH hoeean Ati
verveelde zich en stak 't kind zijn
'Vramme's en kleine had' caoutchouën tap, die met een vetge
peuterd koordeken rond zijn hals vast
aardig, ze hoorden de hond bassen en
k|abben, hij was zoo te&en hen, ze
z^gen 't poortje lutsen bij iederen
schart en alleen bemerkten ze twee
hiüige hondepootjes, juist katteklauw-
kens die om en weer liepen. —
«t
Eije-
jei
1
toe, kom, Liete's en hond, boe,
boe I » Ze liepen er naartoe en drum
dén.en wikkelden
.
op banden en voe
ten om tegen'st de spletè te liggen. -
« böë, boe, ei, leelikaardf in uw kot
ssskk, kksss, weg! »
— « Gaat weg,, laat mij een keer
zi^n ! » Doorke Verhégge kwam meê
eem stokje uit Vlemmen's baag gëloo
pen, zakte diep bij d'andere neer en
strekte zich in de lengte plat op zijnen
buik met een scheeve kop voor het
dëurken — « Gaat weg. » — Met zijn
een oog.toe keek hij tegen; den grond
door de garre onder 't poortje. —
« <^Vaar is hij ? bieserwiezewies, bsss,
bi^zewies, kom, Foksken, kom, beet-
jei, piep, piep » - en stillekens stak
sioksken door. de grefe, er was
nog niets te zien, 't hondje; was weg
en diep aandachtig keek Doorken naar
twee dingskens die hij dpor de splete
zag, hij wist niet of 't bij of verre was
dat hij die dingskens zag.
Altijd maar koteren, ze hoorden 't
beestje niet meer, «bsss, bsss, kom,
Foksen. kom, » en nu verroerden die
twee dingskens 't waren verdeke hon
depootjes, wel, wel Doorken had ze al
zoolang in 't oog en hij wist niet wat
het waren. « Stil, zwijg, biesewit-ze-
wies, kom, mijn beestje, kom » De
hond kwam aan 't stokje niet, snufte
langs den anderen kant van de garre
en begon te bassen « Ei, leelikaard in
uw kot, oe ! » begonnen de andere en
de bond kauwte nog meer Doorke
was kwaad « Li te ! Liete ! » ze
sprongen allemaal recht « Liete, ze
breken uw poorte open ! toe Liete, ze
gaan uw huis afbreken » en de strate
op 't Wijf lag te slapen. Ze waren al
verre genoeg en zonder nog omzien
gingen ze voort en slenterden tot aan
Versturtegem's spekwinkelken Miel-
ken Beeckaart stond er voor te kijken,
naar al de spekken die hij al geproefd
had ; achter hem stond het kinderwa
gentje Zijn moeder ging er gebruik
van maken om hem van d' en achtter
noen meê den kleine te laten spelen ;
t en is toch geen school « Eijf jei!
Miel moet meê 't kind spelen. »
« Kleine kinkers is bucht, he, Miel-
ke.
;>
spotte Doorke en d' andere kro
pen tegen den muur onder het venster
was, in den laweitenden kindermond
die naar de lutte gegroeid was
.
Door
ke was 't klappen t'enden, kroop
recht, rekte zich door ^et venster
« niemand » mompelde hij, en zon-
der zeggen of spreken al over de an-
dere hun beenen en voeten sprong bij
naar de winkeldeur, stampte ze open
en bij 't hooren der bel beenden ze op
hun pietsvoeten de baan op ; Miel
Blekaart kon ze niet krijgen, maar
liep ze toch achterna meê het dave
rende kind in den hobbelenden holle-
wagen Hij zag ze niet meër, ze'waren
achter Peleken's huis ingeslagen en,
trokken 't baantje op naar Van Ho
ven's bosselken ; ze zagen 't ginder al
in de verte
— « Ganw, bij Lowie Codde eens »
—
't Was een oude man uit het dorp
die hier met zijn
VTOUW
de laatste pa
tanen had uitgedaan en nu zijn land
opkuischte, daar zijlings aan 't baant-
je-
— « Lowie, mogen we vuur ma-
ken
1?
»
— « Lowie, mogen we vuur ma
ken !? » hij hoorde 't niet, en al gelijk:
« Lowie, mogen wij vunr maken
.'!?
»
nog niet, ze moesten nader zijn en ze
trokken met hun vijven over d'aarde-
kluiten 't land op
— «Ze zijn uit, Lowie
?
» vroeg ern-
stig Doorke Verhegge en Codde keek
op
— « Ah, brave jongens, ja ze zijn al
op hun plaatse, mannekens »
— « Lowie, Li-tje kan niet meer
helpen zeker, ze wordt te oud, hé »
—
«en wie zou er d<n thuis wachten,
niet waar, Lowie ? » voegde Bleeker
er bij.
— « Lowie, mogen we die groeze
verbranden ? » vroeg Doorke Verheg-
gen.
— « Bij vcrdekelioge, neen » kwam
zoo rap als kijken uit den vent zijnen
mond « waarmeê zou 'k van den Win-
ter mijnen oven heeten ? »
—
« Mogen we dat kruid ? »
—
« Maar neen, 'k ga 't ginder al op
nen hoop voeren ; maar weet ge wat
ge eens moogt doen », lachte Lowie,
« nog eeos over 't land gaau en al de
patatten op>apen die neig blijven lig-
gen zijn, ik zie ze niet goed meer lig-
gen. »
— «'k En zou niet georne, raap ze
zelf op ! » lachte Vramtne. « Ja zulle,
wel honderd keeren zullen wij uw
werk doen : mogen we dan dat kruid
verbranden ? » voegde de kleine Ver-
heggen erbij
De vent bad liever de gasten verlo-
ren dan gevonden, maar toch al wat
sprongen naar 't vuur
dat op een,
brandenden
twee, drie een hoogen,
groezemijt was.
— « Hoe, gij stommerikken, zijt ge
weg! » en Lowie met zijne oude bee-
nen strompelde in eenen adem naar
den vuurhoop, waar allé vijf de schur-
ken met heele armvullén groeze
in-
en
opwierpen. « Zijt ge weg ! »
— « Toe Lowie » en ze liepen naar
't baantje. »
— « Eüa, stommerik, 'k zal eens aan
uw vader zeggen, » en bij meeude 'i
nog te kunnen uitdooven.
— « Lowie, mogen we voort rapen,
hé Lowie ? »
— « Zijt ge verdommeling weg ! 'k
zal om de gendarmen gaan ! » Van.dc
die waren ze benauwd, ze gingen den
ouden bode dus maar in zijn weêr la-
ten en 't baantje weer op gaan langs
waar ze gekomen waren en waarop
ze Mielken Bteckaert met zijn kiuder
wagentje zagen afkomen.
« Ge zult het hebben van Ver-
sturtegem ; Mele was kwaad, jongens,
gaat maar langs daar naar huis niet »
— « Zotte Mele, zotte Mele, » borst-
klopte Doorke. « Dat ze eens aan mij
komt
??
» « Wat zei ze
?
» — « Gauw
we gaan langs hier
?
en Doorke Ver
hegge wees de weg langs Van Hecke
's meersch Ze lieten Miel onverschil-
lig gaan mei zijn « kom nog eens Laugs
Versturtegems » — « Roef! kom » en
de twee verschrikte opspringende
veulens die langs 't vermak in de wei
de lagen, vierklauwden wild en woest
in dolle vaart den meersch.rond.
Ze staken den hoek van Driezen's
verschgezaaid ioofland over om langs
den ste enweg naar huis te slenteren.
XENÉ.
Wij bekennen rechtzinnig dat zij
in zeüer oogpunt gelijk hebben, en
daar waar het kan vermeden worden,
zouden wij het vermijden, met den
ingang onder den toren te maken.
Welnu, te Aarseele kon men dat
heel gemakkelijk doen, en men heeft
het niet gedaan.
?
0
a
n
k
^
,>>
f
nde8aS
^
en s
P^
on
S
e
V
7a
° Maldeghem, iels wat vele priesters
deneenen naar den anderen kant,j
T
|F___ ' • . V^KI 'Z.
stekten de patatten meê een rapken
no
5-
hthans niet
8
eerne hebben
'
op en ze smeten ze soms met een kluit
aarde er bij in de mande die Lowie
tusschen de jongens sleepte.
« Lowie, 'k zal ik begmnen meê 't
kruid op een hoop te scbarten. »
— « Toe laat ons voortdoen, hier
gauw 't en zal niet lang duren ».
Doorke Verheggen was toch wegge-
flint achter den riek. — « Och gij klei-
ne pruts van een jongen, schart het
bijeen, maür dat d' andere zeere voort-
rapen. » De oude Lowie moedigde d'
andere aan en gebaarde ze te kunnen
voorsteken ; «laat ons nen keer doen
om het eerst veertig ! en al te gelijk
zochten en scharten om het meest en
stampten elkaar als ze met tweeën te
gelijk naar eene aardappel stekten
— « 't Brandt al I » en Bleekers die
met een rapken eens tusschen zijn
beenen naar Doorken gekeken had
draaide zich om en d' andere al gelijk
—« Eijejei, toe 't brandt» riepen ze en
bloot op den grond die nog schoon
bard en effen geloopen was van de
langs weerkanten
van]
zondag jongens. Ze vertelden aan
;
den steenweg In rechte lijn, op den'Mielken wat ze uitgestoken hadden
•
gedaan was, bleef gedaan en hij stel-
1
{
ru
?fT
e v
an de kasseide kwam een
j
bij Liete en wat ze nog gingen doen
;
de zich in de were om de mannen aan
haar; gé-'.vreemde koopman op twee dunne
;
de jongen dierf niet zeggen dat hij 't werk te stellen. — « Ja, als ze opge
va- schilderde druiven- geven geen 'wielkens aangedraaid Velorijden was heel den achternoen met 't kind moest raap» zijn, d<m moogt gij vuur ma
..... ste- wijn ; verfranschte heertjes en juf- knost, ze kunnen zij dat nooit spelen ......
ken
» '
T
j . i i. , » , * • - • niet leeren, t was een wonder ztch' Doezeher deuedter lae t kind in 't —«Maar. Lowie. zee eens. willen
17 verwoi pen, nadat ge- len,; gi, zult geene onkuischeid fertjes zijn nog geen menschen uit
recbt honden op twee duDOei 8(nallc ho]
, f
Dt
j iVdwr l?k te vet- we eent't krnid Jèrbfandèn'
e
rda!
zei Huysmans rechtzinnig gezegd doen ? .een stuk ; geen karakters w ®
I
wielkens, te kunnen zij nog op geen
^
ten. Een dikke wollen slaapmuts rond. rapen, » meende Doorke.
Te Aarseele.
Verleden Zondag vielen wij zoo
gansch onverwachts te Aarseele in de
kerk die half afgebroken ligt, en in
eene voordracht, die M. de Notaris
Viaene gaf over vele dingen die
boer en werkman zouden moeten
weten. I
*
* * !
Wat eerst in de oogen sprong is'middenkoor smaller te maken,
dat'men te Aarseele ook de vierj Ik kon bijna mijn oogen niet ge-
Men zou het te Aarseele zooveel
te meer nog moeten
%
doen hebben
gezien dé middenbeuk 'zoo smal was,
dé bogen zijn maar 4 meters breed
en zoo zijn de zijbeuken veel wijder
der dan den middenbeuk!)
Die pooten zijn van veldsteenen
(gelijk heel de toren) 't zijn gelijk
kasseisteenen die erin zitten en dat
heeft in de oogen van de kenners
zooveel weerde gehad dat men heel
de kerk al buiten met zulken steen
heeft willen herstellen.
Juist -was men verleden jaar- bezig
de' vaart tusschen Aalter en Bloe-
mendale recht te trekken, dweersdoor
een lage veldsteen, 't Is deze steen
die gebruikt werd voor de kerk van
Aarseele, 't was maar drie uren
verre ; maar ook de kerk van Vijve
Sint Baafs is ermede hersteld, ja
dat is verder om voeren geweest,
en men heeft het gedaan uit liefde
voor den antiek.
Welnu de 4 pooten onder den to-
ren van Maldeghem zijn ook van
zulken steen ; ten minste voor zoo-
veel de kleine beetjes kunnen getui-
gen die bloot gemaakt geweest zijn.
Waarom dat niet eens ernstig on-
derzocht ?
De oude kerk van Maldeghem is
heel wat ouder en heel wat grooter
en heel wat hooger dan die van
Aerseele.
Wat in Maldeghem noodig i-j, is
enkel een grooter schip aan de
kerk, de plaats tusschen de -voor
deur en den toren, (dus waar de
preekstoel staat), de stekdraad van
vóór de deure weg, en een hoogen
ringmuur met drummers, die al de
koterijen daarachter dekt.
Wil men den toren optrekken ge-
lijk hij vroeger was, men kan met
of zonder kaai aan den drup :
Wil men het middendak hooger
opsteken, om meer luchtruimie al
binnen te krijgen, en ja zelfs daar
omhoog ook lichtgaten steken (het
bekend triforium) men kan, de toren
is hoog genoeg, en dan de zijbeu-
ken veranderen in kapellen, men kan
ook.
't Zal al nog veel min kosten dan
te Aarseele, waar men zelfs de pila-
ren heeft moeten herbouwen om den
Het Geschenk
van den Jager
door
Mevrouw Courtmans
(geboren Berchmaa»).
Bsnooiro IK OHM VIJFJAA*UJKSCH8
reuuuxr (1865).
Dit verbaal verscheen reeds als num-
mer 10 der « Duimpjesuitgave » ; wij
f
even 't nn als feuilleton, ter gelegen-
eid van 't Honderdjarig Jubelfeest
der Schrijfster, dezen ?omer binnen
llaldegbem te vieren'.
( 9e vervolg )
Een op vi}f eo twintig maakt vier ten honderd
io de week, of tweehonderd en acht in het jour.
En dan moet de boodschap om het goed terug
te balen oog vernieuwd worden, dat maakt
aogmaal» twee en vijftig maal veertig centiemen
of twintig frank tachtig centiemen zoodat
moeder
r>p
die wijt» tegen twee honderd mekt
tn twintig frank en. tachtig centiemen 's
jaars intrest ten honderd betaalt; dat is biina
bet driedubbel van het geleeend kapitaal,
tonder de schade, die op het goed komt. Op
.die wijze ia het goed te verstaan, dat de werk
lieden in de stad it> schulden geraken. »
Terwijl Regioa die rekening maakte, klapten
moeder en Triene Slange onder het koffiedrin-
ken van den opslsit der aardappelen, en van de
slechte hoedanigheid der boter, die men in het
«ink>-ltj" v<rtc«'Chi, «aar zij beiden huren
voorraad haalden-
j Omtrent tien oren verliet Trien de buur-
t vrouw, en t-ien nam moeder De Bie het
. weekboekje eo snelde ounr het winkeltje. Zij
1
rekende alle* te- zaraen met Lucia dc winket-
rvrouxv ; zoodat z
;
i nog acht ennr gertig frank
, schuldig bleef, die ten Uste van Pctrns moest
laten.
« Zie, kind, • sprak de oude vroaw tot
R' glna toen zij te huis kwam, • dat is, buiten
de trouwkleederen van Petrus, die oog té'
betalen zün. de eenige schnld, die gij op a
[neemt. Vaa bet goed te lossen wil ik niet
| spreken, hieraan hebt gij, natuurlijk, meer
| profijt dan nadeel. Voor vijf en twintig frank
I lost gii h' t trouwgoed, voor twaalf frank het
. zondugspak van Petrus, en dan staan er nog
' drie pakken met linnengoed' die gij voor eene
kleiniehrld kunt balen, en waar gij een Schoon
gerief zult aan hebben. Voor die acht en negen
tig franken, die met een kleinigheid per week
in bef winkeltje kunt betalen, blijft gij ook in
't bezit van bed en stoof, tafel, stoelen^ wasch-.
: kuip en al bet huisgerief. » j
Zoo maakte moeder De Bie mondeling den
inventaris van hare goederen, eeoen inventaris
welken de jonggehuwden, zonderde minste
aanmerking'te maken, aanvaardden
De oude vrouw bleef, zooals zij het geschikt
bal. nog acht dagen bij haren zoon Petros,
om Reglna het huishouden te leeren; en
Regina hechtte. bc«wel zij zag dat alles
verkeerd ging. bare goedkenring aan elke
huishoudkundige* les van het voormalige
fabriekmeisje,
De oude'betrok op den bepaalden dag haar
klein huizekeo in-h-1 GodsHuis.na plechtig
aan Petnis b^lqpfd te hobtx-n. d^t cij van tijd
tot tijd zijne vrouw nog wat ?,ou onderrichten-
over dc huishoudkundige punten, die Regina
het mir.st scheen Revat te bebben. Verder
gelastte iij,PetTus nog dat hij moest zorgen, en
dit voor de eer der familie, dat zijne ,echtgc-
noote die:v'erschrik'kelijke platte mutsen afleg-
de. "' ' '
• Gij bebt het nochtans beter getroffen dan
ik gemeend fcéb, » voegde zij er troostend bij!;
• Zij is nog al zoet van aard en lieflijk van
voorkomen Lotte Spoele en Trien e Slange
zeggen dat zij schoon is, zoo schoon al3 de
marmeren beelden in de Academie, maar dat
vindt ik niet Ent dan die platte mutsen l die
platte matsen ! • j
Van de,gebeele familie bad niemand de oude
vrouw met zooveel droefheid zien vertrekken
als Regi
n
a. H-ire eigene kfnderen hadden
moedf roader richtbar^ ontro-.riog zien beea-
gaan.Zij begrepen ten volle de voortreffelijkheid
derGodahuisioricbtin^. maar bet bezemmeisje
was aan zoó iéts niet gewoon. !
« Gód I » zuchtte zij, t indien grootvader
lo een vreemd 'huis ging wonen, wat zou Ida
en Wardje weenen l Neen, dot kan ik niet
goedkeuren, wanneer men kinderen of klein-
kinderen beeft ; dat is goed wanneer men nié-
mand meer bezit, die u kan verzorgen. • ,
Eo Regina. de goede Regina weende, Hoe
gaarne bad zij de oude vrouw bij rich gi houden
en verzorgd tot den laatsten levensdag! Hoe
gaarne bad zij, die nooit hare moeder had
gekend, dete vrouw, die zü mocht moeder
molmen, als eene moeder geacht en bemind !
Maar zie. de schoonmoeder koesterde voor bet
biceke wouJmeisjf met hare platte muts de
gevoelens niet. die men voor eene dochter
koestert. Nelieken de vrouw van haren Karei,
die zulken schoonen stuivei op de fabriek won
engai'schals een 'abikkmeisje wist te leven,
zag zij veel liever ; die was hare lievelinge, de
nchoondocbter van baar hart. En dat was de
verstandige R' gina niet ontgaan, doch dat
verbitterde haar niet ; zij deed integendeel
haar best om de oude te believen. I
In het gezelschap der schoonmoeder waren '
de eerste dagen, die Regina in de stad verbleef,.
nog al vluchtig voortgevaren ; maar, nu de
oude vrouw weg was, scheen bet donker
huizekea met zijn zwart berookte en besto-
vene muren haar een doodcchuis.
Den eersten dag. toen Petrus naar de fabriek
was, en zij baar morgenwerk bad verricht,.
zette de jonge vrouw zich voor het ven9ter te
J
mijmeren Zij keek door de doffe groenachtege
rutten in de hoogte, als zocht zij naar de zon ;
maar de schitterende locbtschoone hing nog
langs den kant van het Oosten achter de hooge
buizen; het venster van Regioa zag langs den
westerkaot, op de zwarte gevels, aan de]
overzijde van den poortkoer, en op de zwarte
schoorsteenpijpen der geburen. Dos, geene zon
schier geen licht, geeo versche lucht, geen
leven. Het woudmiisje dacht aan de ouderlijke
hut. aan het groene mostopijt der
dret-f.
aan de
zoete zonnestralen die bet woa<1 vergulden, aan
de heldere beek, die achter bet tuintje gestadig
een eentoonig, maar zoet liedeken zong, en aan
de boomen, die boomen met bunne breede,
zoetgeurende bladerenk roon, waarbij zij de
eerste maal haar Iwt bad voelen trillen, onder
den teedren handdruk van haren Petrus
• O ranchr ik met
hem
ond< r de boomen in
het groene Kleit wonen !
-
zuchtte zij met een
bitteren glimlach
De werkende mecscSi-n hebb.n gclukki><-
lijk geen.
1
n tijd om zich aan' lange mijmeriDg.,:.
over te geven. Had men Regina. dë blanke
dallelie van onder do boomen, in een prachtig
heerenhuis overgebracht, had ?ij zich io eene
sierlijke zaal, opeen gemakkelijke rustbank,
in de schaduw van dicht geplooide gordijnen
mogen neder vlijen, en geene zorgen, geen
kommer gebad. aan die, welke hare verbeelding
haar voortooverde, dan had zij zich gewis
gansche dagen aan dusdanige mijmeringen,
aan doodende droomerijen overgeven ; maar
noch burgervrouw, noch werkmensch hebben
detiid nm door het rijk der verbeelding
te zweven.
Weldra richte Regina zich op gelijk eene
door den plasregen nedergeslagene plant, wier
kruin, als door eene onzichtbare band, door
den rukwind wordt opgeheven. Hare mijme-
ringen waren tot ernstige gedachten overge-
gaan. Zij dacbt aan het schuldboekje éer
winkel vrouw, aan de kleederen, die uit het
berghnis moesten gelost worden, aan bet
buizeken, dat zü moest witten en reioigen, en
ook aan het noenmaal voor haren echtgenoot.
Zij stroopte de jakmouwt n op om zich tot den
arbeid te bereiden, en sloeg toen de blikken
van den eenen hoek vao bet wanordelijk huis
naar den anderen, gelijk de krijgsheer op
eene duidelijk afgeteekende kaart van het
vijandelijk kamp.
Langs waar zal zij het leger spinnekoppen,
dac onder zijoe lichtgeweven tenten aan de
zolderribben wemelt, de tnillioenen stof^-s, die
de eenmanl witte muren overwolkt-n, nanvalen ?
Want zij wil eene grondige huiselijke hervor-
ming. eene radicale herstelling van de wanorde
der gri-ze schoonmoeder. Langs waar zal rij...
i'.uics strijkt zij, als ware zij van gedacht
veranderd, de jakmouwen weer neder en
fluistert :
« Neen. eerst voor de schulden gezorgd ;
eerst de winkelvrouw en dan de trouwkleede-
ren betaald ; en dan zal ik Triene Slange om de
weggedragen kleederen zenden. >
j Het WdS nog geen middag, en reeds was
Regina met dat alles klaar. Met van geluk
! stralend gelaat verhaalde zij baren echtgenoot
[onderhet noenmaal, dat al de schalden betaald
waren, en ook de kleederen, benevens het
linnengoed, waarvan de oude moeder had
gesproken, uit den Berg gelost.
« En wei t gij hoeveel ik thans nog over-
_
beb ? • /egde zij verder ; « nog drie stukjes
van twintig frank. »
« Nog zestig frank, » zei Petrus.
Ja, nog zestig frank, en geeo centiem schuld,
en geen enkel kleediogstuk in den Berg; dat
was zeker een groot fortuin vooreen fabriek-
werkersgezin. En wanneer Petrus en Regina
tegenover elkander in het bijna onkennelijk'
geworden huizeken zaten, dat de jonge vrouw
van op den zolder tot op den buisdorpel j
gekuischt had, was er geen gelukkiger paar op
den gar.scben aardbodem dan zij. j
t Wat is het hier veranderd, » riep
VII. broeder Karei, wanneer hij de deur van
Regina's buizeken openstak ; en met welgeval-
Den zondag morgen ging Regina Karei en' len staarde- bij van de witgekalkte muren op
Nelleken op een tasje koffie verzoeken, om den roodgeschuurden vloer, tn op de
njder kennis te maken ; en de zwager en de blinkende keukenstoof, waar de smid den d.'g
;
zwagerin namen die uitnoodiging gaarne aan. te voren eene nieuwe buis bad opgezet,
i Zij vond Nelleken bezig met hare weekkleede- Nelleken trok de bovenlip op,
<
Men heeft
ren (e wasschen, gelijk het bij de fabriekmeis hier goeden tijd om te kuischen, » .mompelde
jes. die de gansche week hebben gearbeid, het zij.
gebniik ia Dit kwam het vrome buitenmeisjel Karei had die mompeling niet gehoord en
vreemd voor. Het was zondag I de rustdag,! Regioa gaf geeo antwoord,
dien men in de dorpen aan den Heer toewijdt, j Na het koffiedrinken werd er gesproken
*--••——-«--- van eene wandeling naar buiten te doen,
«
Alasceur
zal blijde zijn als zij de groene
boomen 2iet, en de aardappelen en bet koren
ziet bloeien. » zei Nelleken. ün inderdaad,
de bleeke bloem snakte naur de opene lucht
en naar het groene veld.
Ik moet noc'stans iets doen opmerken, *
sprak Xclltktn veri de kameraden v.in
Kiirel zuüen ons uitlachen
Mas&ur
baP.r
tv'Cücns
moest mij
i
r
ne
Maar die bevreemding traebte zij te verber
gen.
« Hoe laat is 't al,
masceur
? * vroeg
Nelleken.
« Omtrent halt negen, • was het antwoord ;
< ik kom van de achturen-misse. >
Nelleken baalde de schouders op. • Van de
misse. » sprak zii ; « daar heb ik geen driemaal
in het jaar den tiid toe. .Men moet den zondag. Petrus en
morgen waschen en f-.uisch.n, wil men des
•
do plattj
namiddags eene waodiling kunnen doen. > J kornet voor bar.r luten koopen. in mijnen
Regina durfde geene aanmerkingen maken,'winkel zijn er zeer schoone voor ze5 ir.'nk,
en de andere hernam : jen wanneer ik er borg voor spreek, zal mca
« Dat is allemaal wel voor u; gij, die geeni ze
op den plak geven »
duit kunt verdienen, kunt in de week j Nelleken bad een goed hart ; zij wilde
wasschen ; maar voor ODS, fabriekmenscben, 'gaarne borg blijven voor de nieuwe zuster,
is het geheel wat anders. • 'ofschoon deze haar niet te best beviel.
« Neen, ik kan niets verdieneD, m; ar ik;
kan sparen, zuster, en het spreekwoord zegd :!
Het is eer gespaard dan gewonnen. » j
« Wat men spaart heeft noen te kort, » j Wordt voortgezet,
luchte Nelleken ; en bij het vriendelijk :
\
• Tot namiddag, ? namen dc jeugdige;
zwagerinnen afscheid. ;'
Heden Zondag, 30 April, om 3 ure, zal er in den Velodrom van Maldeghem ee^ 3-Uren-koers gereden worden, op zijn amerikaansch, 't is te zeggen gemaats ;
18 ploegen, saméngestéld uit die beste" rijders' van' ver ih 'r ronde, zijn reeds ingeschreven; zoodat men zich aan een schoonen koers mag verwachten ; de prijzen der plaatsen zijn : Ju ceuiiemes, banken 5o cs, inbuu.i y5.es ; (zie programma op de 3e bladzijde)
Komentarze do niniejszej Instrukcji